APPELSALADE met walnoot en pecorino (Italiaanse
schapenkaas): 4 personen
50
gram walnoten
1 mespunt zeezout
2 appels (naar keuze)
1 theelepel wittewijnazijn
2 eetlepels extra vergine olijfolie
1 zak rucola sla melange
50 gram pecorino, lang stuk
Hak de walnoten grof en bak ze in een pan
met antiaanbaklaag tot ze sterk beginnen te geuren. Bestrooi ze met zeezout en
laat ze even afkoelen.
Boen de appels schoon en snijd ze doormidden. Verwijder het klokhuis en snijd de
appel in dunne plakken. Schep de appelschijfjes om met de azijn, olie, peper en
zeezout naar smaak.
Verdeel de rucola melange over 4 borden en verdeel de appelschijfjes erover.
Bestrooi de salade met de walnoten.
Schaaf met een kaasschaaf dunne krullen van de pecorino (kaas). Verdeel ze over
de salade.
Lekker met geroosterd brood.

APPELTAART (Holtkamps
recept: 12 taartpunten)
halve citroen
125 gram (room-)boter op kamertemperatuur en in stukken + 1 eetlepel extra
125 gram witte basterdsuiker
250 gram zelfrijzend bakmeel
1,5 kg stevige, friszure appels (bijv. Jonagold, Elstar), geschild en in parten
75 gram blanke rozijnen
10 gram krenten
mespunt gemalen kaneel
mespunt zout
1 eetlepel custard
10 eetlepels abrikozenjam
150 gram amandelspijs
1 eidooier
poedersuiker
taartvorm, doorsnede 24 cm, ingevet
Boen de citroenen schoon,
rasp 1 theelepel vd gele schil en pers 1 el citroensap eruit.
Verkruimel en wrijf boter met de suiker, citroensap en mespunt zout totdat het
geheel een egale massa is geworden.
Voeg 1 el water toe, meng het helemaal door tot het water volledig is opgenomen
en meng daarna pas het zelfrijzend bakmeel met een wrijvende beweging met het
boter-suikermengsel.
Als alle ingrediënten volledig gemengd zijn, kan er nog 1 el water door het
deeg.
Laat het deeg een paar uur, liefst een nacht, op een koele plek rusten.
Schep 600 gram van de appel om met de rozijnen, krenten, kaneel, custard en 4 el
abrikozenjam.
Verhit de oven tot 200 graden.
Maak het deeg soepel door het heen en weer op temperatuur te laten komen en even
door te kneden. Rol het deeg uit tot een dunnen ronde lap die iets groter is dan
de taartvorm. Druk het deeg goed in de vorm tegen de randen aan.
Kneed de amandelspijs met 1 el boter en de eidooier soepel. Rol het mengsel uit
op een met bloem bestoven werkvlak tot het grootte van de taartbodem. Leg het
mengsel op de taartbodem. Druk de spijs goed aan. Schep het appelmengsel erop en
verdeel hierop de rest van de appelschijfjes.
Bak de taart 50 minuten, verhoog de temperatuur dan tot 220 graden en bak hem
nog eens 10 minuten, tot de bovenkant goed bruin is. Neem de taart uit de oven
en laat hem afkoelen.
Verwarm 5 el jam met het citroensap in een steelpannetje en bestrijk hiermee de
taart. Leg een bord of rond stuk karton op de bovenkant van de taart zodat het
jammengsel bedekt is, en bestrooi de bovenkant van de taart met poedersuiker.
APPELBOLLEN
(8 stuks)
Gebruik voor deze appelbollen kleine appels, zodat het plakje bladerdeeg niet te
veel uitgerold hoeft te worden. Rol het deeg met de deegroller ook naar beide
richtingen uit: dus van boven naar beneden en van rechts naar links. Wanneer het
slechts naar één kant uitgerold wordt, heeft het deeg de neiging terug 'te
krimpen' naar de originele grootte.
Ingrediënten:
8 plakjes diepvriesbladerdeeg
8 kleine appels (Jonagold)
citroensap
kaneel
3 eetlepels amandelen of andere noten
3 eetlepels rozijnen of sultana’s
evt. 1 eetlepel gedroogde cranberry's
scheut rum of water
suiker
1 ei
Bereidingswijze:
Laat de plakjes bladerdeeg volgens gebruiksaanwijzing ontdooien.
Week de rozijnen en cranberry's in wat rum of een scheut water.
Hak de amandelen.
Verwarm de oven voor op 200 ° C.
Schil de appels en verwijder het klokhuis met een appelboor.
Wrijf de appels in met citroensap en bestuif ze met kaneel.
Rol de plakjes bladerdeeg één voor één iets uit zodat de appels erin gevouwen
kunnen worden.
Zet een appel op elk velletje deeg.
Meng de rozijnen met gehakte noten wat suiker en kaneel.
Vul hiermee de uitgeboorde holtes van de appels.
Bestrijk de randen van het deeg met wat water en vouw over de appel dicht.
Zet de pakketjes met de deegnaad naar beneden op een met bakpapier bedekte
bakplaat of liever nog in (aluminium) bakvormpjes en plaats deze op de bakplaat
Klop het ei los met een beetje water en bestrijk hiermee de appelbollen.
Bestrooi met
suiker en bak de appelbollen in de warme oven in ca. 25 minuten goudbruin en
gaar.
HETE BLIKSEM
(voor 4 personen)
750 gram zoete appels
250 gram zure appels (bijv. Elstar, Goudreinet)
1 kilo aardappelen
100 gram boter
4 magere speklapjes of 1 pak spekreepjes
1 rookworst
margarine
1-2 eetlepels grove mosterd
Schil de aardappelen en
snij ze in stukken.
Schil de appels, verwijder de klokhuizen en snij de appels in kwartstukken.
Kook, samen met de rookworst, het geheel 30 minuten tot de aardappelen goed gaar
zijn.
Bak (in margarine) de speklapjes / spekreepjes (licht gemarineerd met grove
mosterd) in ca. 5 minuten krokant.
Giet de aardappelen en appels af en stamp wat zout, peper en boter tot een grove
stamppot.
Leg de speklapjes / spekreepjes op de hete bliksem en serveer het gerecht.
(Sommigen roeren ook nog stroop door de HETE BLIKSEM.....)
APPELKRUIMELTAARTJE
3 grote appels
60 gram boter
60 gram bloem
50 gram havermout
120 gram basterdsuiker
kaneel
bakblik van 20cm doorsnee
Bereidingswijze:
Versnipper de appels in de bakblik.
Kaneel over de appels strooien.
Rest van de ingredienten in een kom doen en
met de hand kneden.
De geknede massa over de appels verdelen.
De bakblik in de oven van 180 graden doen en
40 minuten bakken.
ELFSTEDENBLIKSEM (voor 6 personen)
2 kg stoofperen
2 theelepel kaneel
2 eetlepel suiker
2 kg aardappelen
800 gram gerookte spekstukjes /
-reepjes
4 eetlepels azijn
peper
zout
Bereidingswijze:
Schil de peren, snijd ze in partjes en
verwijder de klokhuizen. Breng in een pan met 2 dl water
met de kaneel, suiker en peertjes op
hoog vuur aan de kook; daarna ca. 30 minuten op laag vuur verder koken.
Schil de aardappelen, was ze en snijd
ze in vieren.
Voeg de aardappelen, zo nodig met wat
water bij, aan de peertjes toe; stoof zachtes door tot de aardappelen en
peertjes gaar zijn.
De spekreepjes/-stukjes goudbruin.
Neem ze uit de pan en houdt ze warm.
Schep de azijn, peper en het spekvet
door de gare aardappel-peertjes mengsel; breng het geheel op smaak en leg evt.
wat gebakken spekvet erop.
Serveer het gerecht met warme worst.
Of met roggebrood, boter en mosterd.